Bewijsvoering voor homeopathie
Er zijn verschillende vormen van onderzoek om de werking van homeopathie aan te tonen.
De geneesmiddelproeven op gezonde proefpersonen
geneesmiddelproeven van homeopathische middelen
vinden al 200 jaar lang over de hele wereld plaats.
Een geneesmiddelproef in de homeopathie gaat simpel gezegd
als volgt in zijn werk: gedurende één of meerdere dagen neemt een proefpersoon het te beproeven middel in, vanaf de eerste
inname wordt nauwkeurig de verandering in de gezondheidstoestand bijgehouden, de symptomen die veroorzaakt worden door het middel vormen het uiteindelijke geneesmiddelbeeld. Soms zijn er individuele proeven, maar meestal gaat het om proeven van meerdere tientallen proefpersonen.
De resultaten van een proef worden vergeleken met die van
andere proeven met hetzelfde middel. Hoe meer proefpersonen een
bepaald symptoom vermelden hoe groter de waarde van dit symptoom. Voor de nauwkeurige waarnemer blijkt een enkel middel zeer veel symptomen te kunnen veroorzaken.
Onderzoek naar de werking van hoge potenties.
Wanneer we maar lang genoeg doorgaan met het verdunnen van
een stof, dan verdwijnt uiteindelijk de laatste molecuul uit de
oplossing en houden we niets anders over dan water.
Klassiek homeopaten werken met middelen die zover verdund
zijn dat de kans dat er nog een molecuul van de oorspronkelijke stof aanwezig is, vrijwel is uitgesloten. Toch blijken juist deze middelen
veel sterker het menselijke organisme te kunnen beïnvloeden dan stoffen die minder verdund zijn. Als verklaring hiervoor wordt gegeven dat door het schudproces, dat tussen iedere verdunningsstap plaats vindt, de watermoleculen zich op een bepaalde manier gaan rangschikken en dat deze rangschikking (configuratie) telkens in versterkte vorm wordt doorgegeven. Op deze wijze wordt niet de stof zelf doorgegeven maar een energetisch patroon ervan. De klassieke homeopathie stelt, dat deze energieprikkel de levenskracht van een patiënt stimuleert en een aanzet geeft tot genezing.